- Wat is een bijlage in een scriptie?
- Wanneer gebruik je bijlagen?
- Wat hoort wel en niet in een bijlage?
- Verwijzen naar bijlagen volgens APA-stijl
- Vormgeving bijlagen
- Waar plaats je je bijlagen in je scriptie?
- Checklist: correct verwijzen naar bijlagen
- Hulp nodig bij het schrijven van je scriptie?
- Veelgestelde vragen
- Gratis adviesgesprek aanvragen
Aantekening van de auteur: ik weet hoe frustrerend het kan zijn om tijdens het schrijven van je scriptie te twijfelen over regels rond bijlagen en verwijzingen. Eén fout kan al onzekerheid veroorzaken. Met deze uitleg wil ik je duidelijkheid geven, praktische houvast bieden en helpen om deze onderdelen correct en zonder stress toe te passen.
Veel studenten worstelen hiermee tijdens het schrijven. Op deze pagina lees je duidelijke richtlijnen, praktische voorbeelden en veelgemaakte fouten. Zo weet je precies wanneer, waar en hoe je correct verwijst, volgens academische standaarden, ook als je overweegt een scriptie laten schrijven.
Een bijlage in een scriptie is aanvullend materiaal dat de hoofdtekst ondersteunt, maar te uitgebreid is om daarin op te nemen. Denk aan enquêtes, interviewtranscripten, tabellen en figuren, berekeningen of extra grafieken. Bijlagen geven verdieping, terwijl de kern van je onderzoek overzichtelijk en leesbaar blijft.
Je gebruikt bijlagen wanneer informatie belangrijk is voor de onderbouwing van je onderzoek, maar de leesbaarheid van de hoofdtekst zou verstoren. Bijlagen zijn geschikt in de volgende situaties:
- Uitgebreide datasets, tabellen of berekeningen
- Vragenlijsten, enquêtes of interviewleidraden
- Volledige interviewtranscripten of observatieverslagen
- Aanvullende grafieken, modellen of schema’s
- Technische of methodologische toelichtingen die niet essentieel zijn voor de kerntekst.

Bijlagen versterken je scriptie, mits je de bijlagen scriptie op de juiste manier gebruikt. Ze bevatten ondersteunend materiaal dat relevant is voor je onderzoek, maar niet noodzakelijk is om de hoofdtekst te begrijpen. Door bewust te kiezen wat je wel en niet toevoegt, blijf je academisch scherp en overzichtelijk.
Wat hoort wél in een bijlage?
In een bijlage bevat informatie die je onderzoek onderbouwt of controleerbaar maakt, zoals:
- Enquêtes, vragenlijsten en interviewleidraden
- Volledige interviewtranscripten en observatieverslagen
- Uitgebreide tabellen, datasets en berekeningen
- Extra grafieken, modellen of technische schema’s.
Wat hoort níet in een bijlage?
Sommige inhoud hoort altijd in de hoofdtekst te staan:
- Kernresultaten en conclusies van je onderzoek
- Essentiële theorie, definities en argumentatie
- Samenvattingen die nodig zijn om je verhaal te volgen
- Informatie waar je in de tekst niet expliciet naar verwijst.
Bij het schrijven van je scriptie is correct verwijzen volgens de APA-stijl essentieel voor de academische betrouwbaarheid. In de lopende tekst verwijs je duidelijk naar de bijlage, bijvoorbeeld door Bijlage A tussen haakjes te vermelden of te schrijven zoals weergegeven in Bijlage 2. Gebruik altijd een hoofdletter bij het woord Bijlage en hanteer een consistente nummering of lettering bij bijlagen in APA-stijl.
Elke bijlage krijgt een eigen titel en wordt na de literatuurlijst in je scriptie geplaatst. De bijlagen zelf neem je niet op in de literatuurlijst, tenzij ze externe bronnen bevatten. In dat geval vermeld je die bronnen wél correct met een duidelijke bronvermelding in de literatuurlijst, volgens de APA-richtlijnen. Zo blijft je scriptie overzichtelijk, controleerbaar en academisch correct.
Een correcte vormgeving van bijlagen is een essentieel onderdeel van de opmaak scriptie. Goed opgemaakte bijlagen zorgen voor duidelijkheid, professionaliteit en voldoen aan de beoordelingscriteria van hogescholen en universiteiten. Hoewel richtlijnen per opleiding kunnen verschillen, gelden er vaste academische basisregels.
Bij een bijlage maken start elke bijlage op een nieuwe pagina en wordt deze duidelijk aangeduid met een titel, zoals: Bijlage 1. Enquêtevragen of Bijlage B. Interviewtranscript respondent 3. Kies consequent voor nummering of lettering en gebruik dezelfde structuur door de hele scriptie. Verwijs in de hoofdtekst altijd expliciet bij het verwijzen naar de bijlagen naar de juiste bijlage.
Wat betreft opmaak sluit je zoveel mogelijk aan bij de rest van je scriptie. Gebruik hetzelfde lettertype, dezelfde marges en een vergelijkbare regelafstand, tenzij je opleiding anders voorschrijft. Grote tabellen of schema’s mogen afwijken in formaat, zolang ze goed leesbaar blijven.
Voorbeelden van correcte vormgeving:
- Een enquête wordt volledig opgenomen in Bijlage A, met genummerde vragen.
- Een interviewtranscript begint met contextinformatie, zoals datum en rol van de respondent.
- Een dataset bevat een korte toelichting bovenaan over de gebruikte variabelen.
Bijlagen in de scriptie plaats je altijd aan het einde van je scriptie, direct na de literatuurlijst en vermeld je apart in de inhoudsopgave. Ze maken geen deel uit van de hoofdtekst, maar blijven wel een officieel onderdeel van je onderzoek. Inhoudelijk verwijs je er op de juiste momenten naar vanuit de tekst. Zo kan de lezer extra informatie raadplegen zonder dat de leeslijn van je scriptie wordt onderbroken.
Correct verwijzen naar de bijlagen van je scriptie voorkomt verwarring en laat zien dat je academisch zorgvuldig werkt. Met onderstaande checklist controleer je eenvoudig of je bijlagen correct zijn verwerkt en voldoen aan de gangbare richtlijnen voor scripties in Nederland.
Loop je vast tijdens het schrijven van je scriptie of twijfel je over structuur, bronverwijzing of bijlagen? Onze ervaren ghostwriters ondersteunen studenten al jaren bij uiteenlopende opleidingen en onderzoeksniveaus die kiezen voor een scriptie uitbesteden. Zij kennen de academische richtlijnen, werken nauwkeurig volgens APA en weten wat beoordelaars verwachten. Met inhoudelijke expertise en professionele begeleiding helpen onze experts je om overzicht, kwaliteit en vertrouwen in je scriptie terug te krijgen.











